Aandelen
Door de onrust in het Midden-Oosten waren de aandelen van bedrijven in de energiesector de absolute koplopers in het eerste kwartaal. Dat gold vooral voor bedrijven in de olie- en gassector. Ook nutsbedrijven en meer defensieve sectoren deden het goed. Het beeld van bedrijven die actief zijn in hernieuwbare energie was wisselend. Omdat zowel de energieprijzen als de inflatie stegen, hielden consumenten de hand op de knip. De sector cyclische consumentengoederen bleef dan ook achter. Dit was vooral te merken bij producten als luxeartikelen en auto’s.
De koersen van bedrijven in de technologiesector ontwikkelden zich wisselend. Aandelen van bedrijven in de chipindustrie presteerden sterk doordat investeringen in AI structureel hoog bleven. Wel vond er een waarderingscorrectie plaats, waarbij beleggers winst namen op grote techaandelen als Microsoft en Nvidia. De vraag binnen de AI-sector verschoof van losse chips naar complete productieketens, waarbij de complexiteit van chips snel toeneemt. Ook konden toeleveranciers in de halfgeleiderketen profiteren. De sector Software as a Service (SaaS) stond daarentegen onder druk doordat de omzetgroei vertraagde, de aandelen hoog waren gewaardeerd en de zorgen over de impact van kunstmatige intelligentie toenamen. Beleggers vrezen dat bestaande software en informatiediensten sneller hun onderscheidende vermogen verliezen door AI.
Obligaties
In het eerste kwartaal van 2026 stonden obligatiekoersen onder druk door een onverwachte stijging van de marktrentes. Dit resulteerde in licht negatieve rendementen voor de meeste vastrentende waardes.
Kapitaalmarktrentes liepen flink op: de rente op de Nederlandse tienjarige staatsobligatie liep op tot 3,09% en die op de Duitse tot 3,01%. De belangrijkste reden hiervoor was de onrust in het Midden-Oosten. Deze dreef de energieprijzen op en wakkerde daardoor de angst voor inflatie onder beleggers aan. Zowel de ECB als de Fed hielden de rente constant, terwijl de markt begin 2026 nog rekende op renteverlagingen. Daarnaast gaven overheden aanhoudend staatobligaties uit om overheidstekorten te financieren en defensie-uitgaven te bekostigen. Dit grote marktaanbod deed de rentes extra stijgen.
Het verschil tussen de rente op vijfjarige staatsobligaties van Duitsland en die van andere eurolanden (de spreads) liep in januari en februari terug. In maart keerde het sentiment en liepen de spreads uit. Italië deed het duidelijk slechter: de spread tussen Italië en Duitsland is inmiddels groter dan die tussen Frankrijk en Duitsland. Ook de rente op groene obligaties steeg, maar in beperkte mate.
Microkrediet
In het eerste kwartaal van 2026 stonden obligatiekoersen onder druk door een onverwachte stijging van de marktrentes. Dit resulteerde in licht negatieve rendementen voor de meeste vastrentende waardes.
Kapitaalmarktrentes liepen flink op: de rente op de Nederlandse tienjarige staatsobligatie liep op tot 3,09% en die op de Duitse tot 3,01%. De belangrijkste reden hiervoor was de onrust in het Midden-Oosten. Deze dreef de energieprijzen op en wakkerde daardoor de angst voor inflatie onder beleggers aan. Zowel de ECB als de Fed hielden de rente constant, terwijl de markt begin 2026 nog rekende op renteverlagingen. Daarnaast gaven overheden aanhoudend staatobligaties uit om overheidstekorten te financieren en defensie-uitgaven te bekostigen. Dit grote marktaanbod deed de rentes extra stijgen.
Het verschil tussen de rente op vijfjarige staatsobligaties van Duitsland en die van andere eurolanden (de spreads) liep in januari en februari terug. In maart keerde het sentiment en liepen de spreads uit. Italië deed het duidelijk slechter: de spread tussen Italië en Duitsland is inmiddels groter dan die tussen Frankrijk en Duitsland. Ook de rente op groene obligaties steeg, maar in beperkte mate.