Havermelk en lupine die de natuur herstelt?

In Australische supermarkten en koffiebars vind je sinds kort havermelk van Dirty Clean Food, havermelk met een bijzonder verhaal. Het plantaardige, CO2-neutrale alternatief voor melk is namelijk in de markt gezet door een beursgenoteerde start-up met een bijzondere missie. Wide Open Agriculture (WOA) bewijst dat regeneratieve landbouw bijdraagt aan een gezondere bodem, biodiversiteit en natuurherstel.

189x bekeken
In Australische supermarkten en koffiebars vind je sinds kort havermelk van Dirty Clean Food, havermelk met een bijzonder verhaal. Het plantaardige, CO2-neutrale alternatief voor melk is namelijk in de markt gezet door een beursgenoteerde start-up met een bijzondere missie. Wide Open Agriculture (WOA) bewijst dat regeneratieve landbouw bijdraagt aan een gezondere bodem, biodiversiteit en natuurherstel.
havermelk van Dirty Clean Food

Lupine meer dan veevoer

En om dat voor elkaar te krijgen, ontwikkelde het havermelk, gemaakt van haver die afkomstig is van regeneratieve landbouw. Daarbij wordt de grond niet uitgeput maar juist gezonder gemaakt, terwijl ook de biodiversiteit en de waterhuishouding in de omgeving van de boeren erop vooruitgaan.

Recenter en opzienbarender is dat de Australiërs naast haver ook inzetten op een ander gewas dat op dit moment alleen als veevoer wordt verbouwd: lupine. De variëteit lupinus angustifolius gedijt uitstekend in West-Australië, zit barstensvol eiwitten en vezels en is daarmee in principe een concurrent van de alomtegenwoordige soja.

Samen met de lokale Curtin University ontwikkelde Wide Open Agriculture een procedé waarmee de eiwitten uit lupine kunnen worden gewonnen. ‘In poedervorm kunnen we straks lupine-eiwit toevoegen aan bijvoorbeeld vegaburgers, pasta of vegan kaasvervangers. En, helemaal mooi: als we onze havermelk ermee verrijken, geeft het precies het romige mondgevoel dat mensen, ook de baristas die het voor ons hebben getest, zeggen te missen in vergelijking met koemelk.’

Wide Open Agriculture bouwt inmiddels aan een eigen lupinefabriek die nog dit jaar gaat draaien om bij te dragen aan de eiwitrevolutie. ‘Lupine is ook nog eens glutenvrij: dat maakt het helemaal tot de Heilige Graal van plantaardige vleesvervangers.’

Regeneratieve landbouw

Ben Cole

De start-up van Ben Cole brengt havermelk, straks dus lupine en andere producten naar de consument met één belangrijke gemene deler: alles is afkomstig van regeneratieve landbouw. De boeren in West-Australië die leveren aan Wide Open Agriculture, werken volgens een vernieuwende methode die de aarde niet nog verder uitput, maar juist verrijkt.

Dankzij hun activiteiten moet de biodiversiteit er per saldo op vooruitgaan. De boerenbedrijven zorgen er ook voor dat de waterhuishouding in hun droge regio wordt versterkt. Het droge, kwetsbare gebied waarin Wide Open Agriculture actief is, de Wheatbelt in het Zuid-Westen van Australië, kan die regeneratieve landbouw heel goed gebruiken.

De 4 ‘returns’ van Commonland

Cole en WOA-oprichter Anthony Maslin geloven in regeneratieve landbouw, en daarom werken ze samen met Commonland, een initiatief dat Maslin bijna acht jaar geleden tijdens een verblijf in Nederland tegenkwam. De Nederlandse organisatie maakt zich samen met investeerders en internationale bedrijven wereldwijd sterk om grote, gedegradeerde gebieden weer groen, leefbaar en gezond te maken. Commonland is een initiatief van de Nederlandse ecoloog Willem Ferwerda, die het zogeheten 4 Returns Framework ontwikkelde: landbouw moet niet alleen financieel rendement opleveren, maar ook natuurlijk en sociaal rendement, als andere returns, en tot slot inspiratie bieden aan iedereen die ermee in aanraking komt.

Cole en Maslin realiseerden zich dat West-Australië ook zou kunnen profiteren van die benadering. ‘Die returns van het 4 Returns Framework waren nou exact wat de Wheatbelt, de streek waar van origine vooral tarwe werd verbouwd, hard nodig heeft,’ zegt Cole.

Kaalslag in West-Australië

‘Het is een uitgestrekt gebied dat totaal is uitgeput door vele decennia van kaalslag, gestimuleerd door overheidsbeleid vanaf het einde van de 19de eeuw tot de jaren zestig van de vorige eeuw. Toen Anthony me een mailtje stuurde over zijn plan om de 4 Returns naar Australië te halen, was ik meteen aan boord.’

Maar waar en met wie te beginnen, in een gebied twee keer zo groot als Nederland?

Eenmaal terug in Australië selecteerde Cole enkele agrarische familiebedrijven die al veel meer in harmonie met de natuur werkten dan de meeste boeren. ‘Sommige waren al ver gevorderd in hun denken en aanpak, alleen plakten ze er nog geen label op. Voor die boeren sprak het voor zich dat ze mét de natuur werkten, in plaats van ertegen. Waarom zouden ze bijvoorbeeld nog meer bomen gaan kappen, als die juist zorgen voor de vitaliteit van hun land?’

Boeren verbinden met consumenten

Cole en Maslin wisten meer boerenbedrijven te overtuigen om hun initiatief te steunen. ‘Wat enorm helpt is dat wij met onze merken de natuurvriendelijke en vernieuwende manier waarop de boeren werken, vertalen naar het publiek. Tot ze met ons samenwerkten, waren ook de boeren die al met de grootste zorg voor de natuur werkten, aangewezen op de groothandel, inclusief de lagere marges die daarbij horen.’

‘We vertellen nu hun verhaal, leggen de verbinding met bewuste consumenten die op zoek zijn naar verantwoorde producten en meer kennis willen hebben over waar die vandaan komen. Wij zien het als een gesloten kringloop: hoe dichter je consument en regeneratieve boerenbedrijven bij elkaar weet te brengen, hoe meer ze elkaars uitdagingen en verwachtingen zullen begrijpen.’

Om het verhaal achter regeneratieve landbouw over te brengen, zetten Cole en Maslin het merk Dirty Clean Foods op. Voor de boeren was het nieuwe afzetkanaal met hogere marges welkom. Tegelijkertijd zaten ook supermarkten te wachten op de nieuwkomer die ‘regeneratieve’ producten in de schappen wist te krijgen.

Beursgenoteerd met enorme potentie

Het Nederlandse Commonland investeerde mee bij de oprichting van de Australische start-up, die sinds 2018 een notering heeft aan effectenbeurs ASX. Daarmee is dit het eerste beursgenoteerde bedrijf ter wereld dat werkt volgens het 4 Returns Framework.

En al groeit Wide Open Agriculture snel, het is nog niet uitgegroeid tot een enorm bedrijf. Net als veel andere start-ups is het de enorme potentie die het zo aantrekkelijk maakt voor investeerders. En die potentie lijkt vooral te zitten in haver en lupine, de plantaardige eiwitten waar het sinds de uitbraak van corona stevig op heeft ingezet.

OatUp wordt een sterk merk

Voor de havermelk lag dat eigenlijk voor de hand, zegt Cole. ‘Onze regio heet niet voor niets de wheatbelt: haver is hét landbouwproduct. We zijn gaan kijken hoe we daar meer waarde aan konden toevoegen. In Nederland kwamen we havermelk tegen, iets wat Australische consumenten eigenlijk pas recent hebben ontdekt. Dat is natuurlijk een geweldige manier om haver voor menselijke consumptie in te zetten. Het barst van de voedingsstoffen, maar werd toen nog vooral gebruikt als veevoer.’

Dat werd dus OatUp. De CO2-neutrale havermelk is inmiddels hard op weg een sterk merk te worden via supermarkten en horeca. Sinds maart 2022 wordt het in heel Australië verkocht door Woolworth’s supermarkten. De eerste stappen naar internationale expansie zijn ook al gezet, in Singapore, Hongkong en Macau. Wide Open Agriculture investeert op dit moment in een eigen fabriek die jaarlijks 20 miljoen liter OatUp-melk klimaatneutraal kan produceren.

Onder de vlag van Dirty Clean Foods wordt, naast OatUp en andere plantaardige regeneratieve producten, ook vlees verkocht. ‘Wij zijn ervan overtuigd dat de interactie tussen dieren en begroeiing in West-Australië belangrijk is. Natuurlijk moeten we minder vlees eten, maar de grazers hebben een functie in het geheel, ook als vierpotige leveranciers van natuurlijke mest.’

Tekenen voor regeneratieve landbouw

Het uitgangspunt van de start-up blijft bij zowel het vlees als de hightech voedselinnovatie rond lupine hetzelfde: alle activiteiten moeten meetbaar bijdragen aan ecologisch evenwicht, werkgelegenheid en de andere returns die Commonland voorschrijft. De boeren die samenwerken met Cole’s bedrijf tekenen daar ook voor. ‘Ze moeten officieel verklaren: ik werk regeneratief. Dat is nogal wat, want daarmee zeggen ze dus dat ze de wereld anders zien dan hun collega’s.’ Een vertegenwoordiger van Wide Open Agriculture begeleidt de boeren bij het doorvoeren van de principes en werkmethode die horen bij het 4 Returns Framework. Het bedrijf helpt boeren ook bij het papierwerk rond gesubsidieerde bosaanplant.

Vogelgeluiden en satellietbeelden

Maar, geeft Cole toe, het kwantificeren van de bijdrage aan het natuurherstel op de nu in totaal 20.000 hectare Australische bodem, is nog een uitdaging. ‘Je kunt boeren niet vragen een biodiversiteitsboekhouding bij te houden: ze hebben de handen vol aan hun bedrijf. We hebben tot nu toe 2 indicatoren. Een daarvan is het analyseren van vogelgeluiden tijdens het droge en het natte seizoen. Daarnaast meten we via satellieten de hoeveelheid koolstof aan het oppervlak, om vast te stellen hoeveel daarvan wordt vastgelegd door de vegetatie.’   

Het doel is om alle boeren van de data te kunnen voorzien, die nodig zijn om, naast een financiële balans, ook een balans op te maken van natuurlijk kapitaal. ‘Intussen hebben we een positieve impact op elke hectare grond die onze boeren beheren. We willen zo snel mogelijk doorgroeien naar 100.000 hectare en meer.’

De banden met het Nederlandse Commonland en Willem Ferwerda zijn nog steeds hecht. Cole: ’We hebben regelmatig contact. Laatst was de Australische coördinator van het programma hier nog op bezoek, die was onder de indruk na een tour langs onze boerenbedrijven. Het is geweldig om onderdeel te zijn van zo’n wereldwijde community waarin je informatie en best practices deelt.’

ASN Biodiversiteitsfonds stapt in

Wide Open Agriculture past uitstekend bij de doelstellingen van het ASN Biodiversiteitsfonds, waarmee ASN Impact Investors investeert in bedrijven en projecten die de biodiversiteit beschermen en/of herstellen. Het bewijst dat natuurlijk kapitaal kan worden ingezet om een goed financieel rendement te genereren. Toen eind vorig jaar Cole’s start-up voor 20 miljoen Australische dollars nieuwe aandelen uitgaf, stapte ASN Impact Investors, samen met andere institutionele beleggers, in. Voor het ASN Biodiversiteitsfonds was het een bijzondere primeur: het belegde in het eerste beursgenoteerde bedrijf dat per saldo een positieve impact heeft op biodiversiteit.

Cole: ‘We waarderen het enorm dat investeerders als ASN Impact Investors hun geld ter beschikking stellen en daarmee vertrouwen tonen in het 4 Returns Framework. Ik raakte de laatste tijd juist een beetje ontmoedigd door beleggers die door de energiecrisis ineens in steenkolen investeren. Wat mij betreft is dat echt een ouderwets en gericht op de korte termijn. Wij zoeken investeerders die onze langetermijnstrategie, gericht op het bouwen van winstgevende business met een positieve impact op klimaat en biodiversiteit, begrijpen. Fijn om te ervaren dat er partijen aan de andere kant van de wereld zijn, zoals ASN Impact Investors, die met dezelfde bril naar de wereld kijken als wij.’

‘Met investeringen kunnen wij onze doelen dichterbij te brengen en kunnen beleggers op hun beurt profiteren van de groei die we doormaken. Onze beursnotering heeft sowieso als doel om ook op die manier consumenten onderdeel te maken van ons verhaal en onze missie. We hebben nog een lange weg te gaan maar er ligt een enorme kans. Want realiseer je: veertig procent van het aardoppervlak is landbouwgrond. Als je die op een betere manier bewerkt, gaat het ook de goede kant op met de biodiversiteit.’

Met beleggen loop je risico en maak je kosten. Je belegging kan meer, maar ook minder waard worden.

Dit artikel is gepubliceerd op 19 december 2022.

Delen op:

Dit vind je misschien ook interessant