Hoe kan kleding zó goedkoop zijn?

Bij de productie van een kledingstuk komt ontzettend veel kijken. De stoffen moeten worden gemaakt, ingekocht en naar de fabriek verstuurd, het item moet in elkaar worden gezet en vervolgens moet het kledingstuk naar de winkel worden gebracht. En toch is fast fashion spotgoedkoop. Hoe kan dat?
6293x bekeken

De term fast fashion wordt gebruikt voor goedkope, trendy kleding dat in een razendsnel tempo wordt geproduceerd om aan de stijl die nú in is te voldoen. De items worden vaak zo goedkoop mogelijk aangeboden, zodat er zoveel mogelijk van wordt verkocht. Al struinend door onze winkelstraten vliegen de spotgoedkope shirts, jurken en overhemden je om de oren. Spotgoedkoop voor de consument dan. Want de échte prijs wordt door anderen betaald.

De kosten van een T-shirt

Om erachter te komen hoe fast fashion zo goedkoop kan zijn, nemen we de kosten van een t-shirt onder de loep. Iedereen heeft  er wel een of meerdere in de kast. En dat t-shirt is al door vele handen aangeraakt voor het bij jou in de kast terecht kwam. Voor jouw éne t-shirt zijn bijvoorbeeld al een katoenboer, een kleermaker, een transporteur, een kledingverkoper en een kledingmerk nodig die de opdracht heeft gegeven om het te laten maken. 

Al die mensen moeten iets aan jouw shirt verdienen. De Fair Wear Foundation onderzocht hoe de winst van een shirt is verdeeld:

Dat fashion-items zo goedkoop over de toonbank gaan maakt voor de winkels en merken niet veel uit. Zij strijken een enorm deel van de winst op. En hoe goedkoper de producten, hoe meer er verkocht wordt, dus zolang de productie goedkoop is verdienen ze genoeg. Maar als jij als consument niet de echte kosten betaalt, en de winkels en merken ook niet, wie betaalt er dan wél de echte prijs?

Juist, de katoenboer, de kledingfabriek en de makers van je kleding.

Waarom is kleding zo goedkoop?

1. Goedkope materialen

De meeste kleding wordt gemaakt van goedkope materialen die een behoorlijke impact hebben op het milieu. Vaak wordt een materiaalmix van polyester en katoen gebruikt. Polyester bestaat uit aardolie, petroleum en water, oftewel: plastic. Om polyester te maken zijn veel energie en niet-hernieuwbare grondstoffen nodig. Daarnaast kost het verbouwen van niet-biologisch katoen enorm veel water, schadelijke kunstmest en giftige pesticiden.

Met het gebruik van deze materialen drukken de merken hun kosten. Zowel de arbeiders op de plantages als het milieu zijn hiervan de dupe, want deze stoffen zijn slecht voor de gezondheid en de biodiversiteit.

2. Goedkope fabrieken

Merken drukken ook kosten door de productie van hun kleding uit te besteden aan de goedkoopste fabriek. Duurzame merken besteden de productie van hun kleding óók uit, maar zij letten erop dat de arbeidsomstandigheden bij fabrieken goed zijn.

Fabrieken waar fast fashion wordt geproduceerd hebben te maken met opdrachtgevers die snelheid en flexibiliteit eisen tegen een lage prijs. Zij nemen het daardoor vaak niet zo nauw met veiligheid en arbeidsvoorwaarden. In veel van deze fabrieken is het normaal om naast de lange werkdagen ook nog tientallen uren per week (onbetaald) over te werken. In kledingfabrieken in China, Bangladesh en Vietnam zijn de arbeidsomstandigheden nog altijd ontzettend beroerd.

Ook krijgen de voornamelijk vrouwelijke werknemers geen ziektekosten-, arbeidsongevallen- en zwangerschapsverzekering, werken ze in onveilig gebouwen en zijn ze vaak slachtoffer van (seksueel) geweld.

3. Arbeiders ontvangen geen leefbaar loon

Ook op arbeidskosten wordt flink bespaard. Bijna alle kledingmerken betalen een veel te laag loon aan hun arbeiders. Daardoor betalen de mensen achter de naaimachines de échte prijs: ze verdienen bijna de helft minder dan ze nodig hebben om van te leven. Met hun salaris kunnen ze zichzelf en hun gezin niet goed onderhouden, dit leidt tot kinderarbeid, honger en een slechte gezondheid. 

Dit speelt overigens niet alleen buiten Europa. Ook in meerdere Europese landen worden fabrieksarbeiders vaak onderbetaald. Zo bleek dat arbeiders in Britse fabrieken soms niet eens de helft van het minimumloon kregen betaald. In de betreffende fabrieken werd kleding gemaakt voor fast fashion-merken als Boohoo en Missguided, die tops en jurkjes verkopen voor minder dan 8 euro.

Er zijn nog maar weinig merken die volledig transparant zijn over hun arbeidskosten. Volgens het jaarlijkse Living Wage Report van ASN Bank vormt dit gebrek aan transparantie momenteel de grootste uitdaging om bedrijven te kunnen beoordelen op hun inzet voor een leefbaar loon voor kledingmakers.

Waarom is er na de instorting van Rana Plaza zo weinig veranderd?

In 2013 stortte een grote kledingfabriek in Bangladesh in: het Rana Plaza. Er vielen naar schatting 1.134 doden. Allemaal kledingarbeiders die voor een habbekrats kleding in elkaar zetten, zodat wij voor een tientje die leuke broek kunnen scoren. Omdat er zo weinig werd betaald voor de kledingproductie, was de bouwveiligheid van de fabriek nooit een prioriteit. Niet van de fabriekseigenaren, want er was geen geld voor, maar ook niet van de overheid en de modemerken.

Volgens onderzoekers van King’s College London en de Universiteit van Warwick, in opdracht van het Ethical Trading Initiative, ligt de schuld van het instorten van Rana Plaza bij het businessmodel van fast fashion. Doordat kledingmerken de kledingfabrieken constant met elkaar laten concurreren, kunnen ze steeds in korte tijd heel goedkoop enorme hoeveelheden kleding produceren. Dit systeem maakt niet alleen gebruik van bestaande lage lonen en de bijbehorende arbeidsomstandigheden in landen waar onze kleding wordt gemaakt: het creëert ze zelf.

Hoe veranderen we de kledingindustrie?

De kledingmerken zelf veranderen veel te langzaam. Kledingfabrieken werken vaak voor tientallen verschillende merken. Het werkt natuurlijk niet als ze van één merk een leefbaar loon ontvangen, maar van de anderen niet. De merken moeten het met zijn allen doen, maar wie durft als eerste zijn kop boven het maaiveld uit te steken? ASN Bank is sinds 2016 in gesprek met kledingbedrijven, ook samen met andere investeerders om meer impact te maken. Daaruit blijkt dat er stappen worden gezet, maar de voortang is onvoldoende.

Daarom vraagt de bank nu om Europese wetgeving voor alle kleding-, schoenen en textielbedrijven die hun producten in de Europese Unie willen verkopen. Zodat de merken móeten. Ze móeten allemaal inzichtelijk maken met welke fabrieken ze werken en ze móeten allemaal laten weten hoe de arbeiders daar betaald krijgen. 

Een leefbaar loon voor mensen in de kledingindustrie

Het verschil tussen machtige kledingmerken en de makers van je kleding is levensgroot. Vaak kunnen de makers niet eens leven van het loon dat ze krijgen. Dat willen we veranderen. Met een Europees wetsvoorstel willen we een leefbaar loon afdwingen voor alle miljoenen makers in de kledingindustrie. Help je de makers ook? Zet je handtekening via:

Ook jij kunt een verschil maken!

Gelukkig zijn er veel andere mooie en toffe alternatieven voor fast fashion. Jij kunt, naast het zetten van je handtekening, helpen om de kledingindustrie te verduurzamen door minder kleding te kopen, op zoek te gaan naar tweedehandspareltjes en te kiezen voor duurzamere merken.

Duurzame merken betalen een eerlijke prijs aan kledingarbeiders, en houden rekening met de true cost van kleding: de schade aan het milieu bij de productie van stoffen, de uitstoot van broeikasgassen, de economische schade als gevolg van uitbuiting en de enorme kosten aan afvalverwerking worden niet doorberekend in de prijzen van eerlijke kleding.

Ook maak je een verschil door betere materialen te dragen. Weten voor welke materialen je dan moet kiezen? In dit handige overzicht vergelijken we verschillende stoffen met elkaar op het gebied van duurzaamheid. Een van de meest veelbelovende materialen is Tencel: een sterke, warme en duurzame stof. 

Het realiseren van een leefbaar loon voor makers in de kledingindustrie is een van de drie langetermijndoelen van ASN Bank.

Delen op:

Dit vind je misschien ook interessant: